Wie geld of een effectenportefeuille wil schenken kan dat nog steeds doen via een gewone bankgift en zo ontsnappen aan de schenkbelasting. Als u tastbare roerend goederen wil schenken zoals kunst, juwelen of een oldtimer dan kan u ook nog steeds schenken via een zgn. handgift. En wie een zgn. familiale vennootschap of onderneming heeft kan in de 3 gewesten een schenking doen aan 0%. De voorwaarden waaraan u moet voldoen verschilt wel in de 3 gewesten. In al deze gevallen wordt de inbreng-schenking eerder zelden gebruikt in de praktijk, omdat daar 100% betrouwbare alternatieven zijn bevestigd door de rechtspraak. Vandaar dat de inbreng-schenking vooral gebruikt wordt voor de schenking van patrimoniumvennootschappen en rekening-couranten, maar ook om managementvennootschappen of exploitatievennootschappen en holding die niet voldoen aan de voorwaarden van en familiale vennootschap.
Bij de eerste variant brengt een vennoot bv. de aandelen van een patrimoniumvennootschap in de bestaande maatschap, maar ziet hij af van het recht om hiervoor bijkomende aandelen van de maatschap te ontvangen. Door deze inbreng zal het vermogen van de maatschap toenemen, dus ook van alle aandelen. Als de inbrenger (bv. de ouders) dit deed met de bedoeling om te schenken, spreken we van een onrechtstreekse schenking. Er is immers een verrijking van de begiftigde (bv. de kinderen) en een verarming van de schenker door de inbreng van de aandelen van de patrimoniumvennootschap. Hier is er dus een inbreng zonder uitgifte van nieuwe aandelen.
Bij de tweede variant worden bv. de aandelen van een patrimoniumvennootschap in een maatschap ingebracht, maar de aandelen die door deze inbreng uitgegeven worden, worden meteen ingeschreven op naam van een andere persoon dan de inbrenger, bv. de kinderen. De ouders gaan hier dus hun aandelen van bijvoorbeeld NV Vastgoed inbrengen in een (op te richten) maatschap en de in ruil hiervoor ontvangen aandelen in de maatschap onmiddellijk op naam van de kinderen zetten. Hier is er dus een inbreng met nieuwe aandelen.
Een maatschap is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. Ze kan eenvoudig onderhands worden opgericht. Er is geen publicatie in het Belgisch Staatsblad en het beheer van de maatschap is aan heel weinig formaliteiten onderworpen.
Dat de inbreng-schenking hét alternatief is voor de zgn. “kaasroute” die fiscaal geen voordeel meer biedt, moet zeker genuanceerd worden. Want voor de Nederlandse notaris kon u alle roerend goederen schenken en het vruchtgebruik voorbehouden, alsook een restschenking (tweetrapschenking naar de volgende 2 generaties) doen. Bij de inbreng-schenking is dat niet mogelijk. Een restschenking is niet mogelijk en u moet ook steeds in volle eigendom schenken. Uiteraard kan u wel voorwaarden verbinden aan de inbreng-schenking, zoals dat vaak gedaan wordt bij een bankgift.
Voor wie de inbreng-schenking toepast geldt ook de risicotermijn zoals die ook geldt voor een bankgift, handgift of elke andere vorm onrechtstreekse schenking. In Vlaanderen is die risicotermijn vijf jaar geworden voor schenkingen vanaf 2025. In het Brussels gewest is de risicotermijn nog altijd drie jaar en in Wallonië is dat vijf jaar.
De Vlaamse Belastingdienst heeft zich al meerdere malen positief uitgesproken over deze techniek (zie https://www.vlaanderen.be/vlaamse-belastingdienst-0?order_identifier=desc onder voorafgaande beslissingen) en beide varianten. Wel belangrijk is dat de ouders-zaakvoerders in de maatschap niet te veel controle behouden en het dus een echte schenking is.
De Vlaamse Belastingdienst spreekt zich in al deze voorafgaande beslissingen niet uit over de rechtsgeldigheid van deze techniek (onrechtstreekse schenking) op burgerrechtelijk vlak en vermeldt dat ook uitdrukkelijk. Maar volgens heel wat juristen is de methode van “inbreng in een maatschap zonder creatie van nieuwe aandelen” (variant 1) burgerrechtelijk een stuk veiliger dan de inbreng in een maatschap met uitgifte van nieuwe aandelen (variant 2). Belangrijk bij een onrechtstreekse schenking is volgens hen dat niet “dezelfde goederen” overgaan van de schenker (bv. de ouders) naar de begiftigde (bv. hun kind). Als men wel dezelfde goederen wil geven aan de begiftigde, dan gaat het om een rechtstreekse schenking en geen onrechtstreekse schenking. Gaat het om dezelfde goederen dan is een notariële akte vereist. Een uitzondering op die regel is de handgift.
Bij een inbreng zonder uitgifte van nieuwe aandelen gaan niet “dezelfde goederen” over naar de begiftigde. De schenker was bijvoorbeeld eigenaar van “NV Vastgoed” maar die aandelen NV Vastgoed gaan niet over naar de begiftigde (hun kind). Het kind krijgt immers een waardevermeerdering van zijn aandelen in de maatschap zelf. Dat is niet het geval bij de maatschap waar wel nieuwe aandelen uitreikt worden. Want hier vraagt de inbrenger (ouders) niet dat de nieuwe aandelen van de maatschap aandelen aan hen toekomen, maar aan hun kind. Bijgevolg lijkt het veiligheidshalve raadzaam om de voorkeur te geven aan de variant 1, zijnde de inbreng in een maatschap zonder creatie van nieuwe aandelen.
De methode van “inbreng-schenking” of bierroute via variant 1 ( inbreng in een maatschap zonder uitgifte van nieuwe aandelen) zou juridisch veiliger zijn dan variant 2 ( inbreng mét nieuwe aandelen) en geniet dus de voorkeur.